Gisteren gaf ik een training LinkedIn Content Marketing & Advertising bij TU Delft. Op een gegeven moment kwamen podcasts ter sprake. Niet zo vreemd, want podcasts zijn inmiddels een serieus onderdeel van de contentmix van veel organisaties. Grappig genoeg praten we er soms over alsof het een relatief nieuw medium is.
Dat is het natuurlijk helemaal niet. Podcasting is inmiddels ruim twintig jaar oud. Dus vertelde ik tijdens de training het verhaal van Adam Curry, de iPod en het ontstaan van podcasting. Gewoon parate kennis die ergens in mijn hoofd is blijven hangen. Maar dat is in dit geval niet zo vreemd.
Adam Curry was namelijk een van mijn jeugdhelden. Ik luisterde naar Curry & Van Inkel, keek naar Countdown en weet zelfs nog dat hij de Beastie Boys interviewde, waar ik minstens zo’n grote fan van was. Curry was anders dan de gemiddelde Nederlandse presentator. Internationaler, brutaler en vooral nieuwsgierig naar alles wat nieuw was. Volgens mij was hij destijds ook ongeveer de enige Nederlander die Madonna fatsoenlijk kon uitspreken.
Later vertrok hij naar Amerika en werd hij VJ bij MTV. Ook daar gebeurde iets wat achteraf veelzeggend is. Begin jaren negentig, toen de meeste mensen nog geen flauw idee hadden wat ze met internet moesten, zag Curry er al iets in. In 1993 registreerde hij mtv.com en begon ermee te experimenteren. Daar ontstond later gedoe over met MTV, maar het interessante aan dat verhaal vind ik vooral het jaartal: 1993.
Dat jaar zegt mij namelijk nogal wat.
In 1993 studeerde ik zelf af. En ook ik was toen al met internet bezig. Sterker nog, bij mijn afstuderen gaf ik er een presentatie over. Dat klinkt tegenwoordig niet bijzonder spannend meer, maar het World Wide Web stond toen nog echt in de kinderschoenen. Voor het overgrote deel van de mensen was internet iets waar ze nog nooit mee gewerkt hadden.
Vier jaar later, in 1997, had ik mijn eigen webdesign- en multimediabureau. Ook toen wist niemand precies waar het allemaal naartoe zou gaan. Bedrijven vroegen zich serieus af of ze überhaupt een website nodig hadden. We experimenteerden met beeld, geluid, interactieve toepassingen en alles wat het nieuwe medium mogelijk leek te maken.
Misschien is dat ook waarom ik altijd ben blijven volgen wat Curry deed. Zijn belangstelling voor internet was geen bevlieging. Hij werd internetondernemer en toen hij eind jaren negentig terugkwam naar Nederland, begon hij samen met anderen Jamby in Amsterdam. Internet, breedband, streaming, nieuwe vormen van media: er werd van alles geprobeerd.
Veel daarvan is allang vergeten.
En toen kwam de iPod.
De meeste mensen zagen een fantastisch apparaat waarop je heel veel muziek kon zetten. Curry zag iets anders. Hij omschreef het later ongeveer zo: hij zag geen digitale Sony Walkman, maar een ontvanger voor uitzendingen.
Dat verschil vind ik fascinerend.
Samen met onder anderen Dave Winer, een van de belangrijke mensen achter RSS, werkte Curry aan een manier om audiobestanden automatisch via internet te distribueren. Het idee was eigenlijk verrassend simpel. Waarom zou je zelf steeds websites afgaan om te kijken of er nieuwe audio beschikbaar was? Laat de computer dat ophalen en automatisch op je iPod zetten.
Daaruit ontstond wat we later podcasting zijn gaan noemen. Curry maakte onder andere iPodder en begon in 2004 zijn Daily Source Code. Voor de volledigheid: hij heeft het woord podcast niet zelf bedacht. Die term wordt toegeschreven aan de Britse journalist Ben Hammersley. En Curry was ook niet in zijn eentje ‘de uitvinder van de podcast’. Technologie ontstaat bijna nooit zo.
Maar hij was wel een van de mensen die verschillende bestaande technologieën bij elkaar bracht en zag wat je ermee kon doen.
Niet voor niets wordt Curry nog altijd The Podfather genoemd. Een bijnaam die misschien wat Amerikaans klinkt, maar bepaald niet uit de lucht komt vallen.
En precies dát vind ik achteraf misschien wel het interessantste aan Adam Curry.
Niet dat hij kon presenteren. Niet dat hij bij MTV werkte. Niet dat hij beroemd was. Zelfs niet dat hij aan de wieg stond van podcasting. Maar dat hij verschillende keren naar nieuwe technologie keek en blijkbaar iets anders zag dan de meeste mensen.
Daar herken ik wel iets in. Niet omdat ik mezelf op hetzelfde podium wil zetten als Curry, maar omdat ik die nieuwsgierigheid herken. In 1993 een presentatie geven over internet, in 1997 een webdesign- en multimediabureau beginnen: ik wist echt niet wat internet dertig jaar later zou betekenen. Niemand wist dat. Maar je voelde dat er iets fundamenteels aan het veranderen was.
En als je dat voelt, moet je volgens mij niet aan de zijlijn blijven staan tot iemand je precies kan vertellen wat het businessmodel wordt. Je moet ermee gaan spelen. Dingen bouwen. Uitproberen. Fouten maken. Soms dingen maken waar helemaal niemand op zit te wachten. En af en toe iets ontdekken waarvan later blijkt dat het wél ergens naartoe ging.
Daarom moest ik na die training nog eens aan Curry denken. Want volgens mij zitten we met AI opnieuw in zo’n periode.
We praten over ChatGPT, agents, vibe coding, automatisering en iedere week weer een stapel nieuwe tools. Een groot deel daarvan zal verdwijnen. Sommige toepassingen waar we nu enorm enthousiast over zijn, blijken over een paar jaar waarschijnlijk totaal oninteressant. Dat hoort erbij.
De interessante vraag is daarom niet welke AI-tool vandaag het populairst is.
De interessante vraag is:
Wie kijkt er vandaag naar AI zoals Adam Curry destijds naar die iPod keek?
Niet zien wat het apparaat vandaag doet, maar zien wat het mogelijk maakt.
Misschien is dat uiteindelijk wel waarom ik het verhaal van Adam Curry na al die jaren nog steeds interessant vind. Mijn jeugdheld bleek niet alleen een goede dj, presentator en MTV-VJ. Hij had ook een bijzonder talent om vroeg te zien welke kant technologie op kon gaan.
En ruim twintig jaar nadat hij hielp podcasting op gang te brengen, zitten we massaal naar podcasts te luisteren.
Sommige ideeën hebben gewoon wat tijd nodig.


